De Vrouw
Vilan van de Loo

De boeken van de Oude Moeder

I De boeken over de oorsprong
- het begin
- na het begin
- de reis
II De boeken van de schuld
- de eerste schuld
- de tweede schuld

De tweede schuld

1 Nadat zij levens genomen had om sterker te zijn, sprak Nomen. 2 "In mij heerst duisternis," zeide Nomen. 3 Wie niet in mij woont, zal buiten mij sterven. 4 Voel mijn adem over de aarde strijken om allen aan te raken. 5 Ik zal de moedigen vinden en de laffen, degenen die in liefde geloven en zij die verbitterd zijn, degenen die het geloof verloren hebben en degenen die bidden in oude kerkgebouwen. 6 Mijn adem dringt door hout en steen, door staal en beton, door glas en porselein. 7 Ik ben alomtegenwoordig en schuilen kan niemand."

8 Toen opende Nomen haar mond en stootte een ijle stroom lucht uit. 9 Snel en ijzig was deze wind. 10 De wind trok over de aarde heen, over de zee en door de lucht, en raakte aan elk levend wezen. 11 Daarna keerde de wind bij Nomen terug en werd deel van haar. 12 Nu wist zij wie met haar zou zijn en wie haar zou weerstaan.

13 Dit noemde Nomen de tweede schuld: dat er een levend wezen op aarde zou zijn, dat zich voor haar adem verscholen zou houden. 14 Wie niet in haar woonde, zou buiten haar moeten sterven, had zij gezegd. 15 Zij was kalm toen zij deze tweede schuld vaststelde.

16 Toen sprak zij over de derde schuld.